Buyk & Partners

Fiscus mag niet bezuinigen op rente
02.07.2010
Bij de vermindering van een voorlopige aanslag moet de fiscus een methode kiezen die de belastingbetaler de meeste rente oplevert. Dat heeft het Hof Den Haag onlangs bepaald.
Het ging om een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2009, waarbij de fiscus geen heffingsrente in rekening bracht omdat de voorlopige aanslag in het jaar zelf was opgelegd. In 2010 stelde de ondernemer vast dat de aanslag te hoog was, waarna hij vermindering vroeg (en kreeg). Twistpunt was de manier waarop die vermindering gerealiseerd werd.
De inspecteur verminderde de voorlopige aanslag ambtshalve en vergoedde de ondernemer heffingsrente voor de periode van 1 januari 2010 tot de dagtekening van de gewijzigde voorlopige aanslag. De ondernemer stelde dat als de inspecteur een nieuwe voorlopige aanslag zou hebben vastgesteld in plaats van een ambtshalve vermindering, hij heffingsrente vergoed zou hebben gekregen vanaf 1 juli 2009. Het Hof oordeelde dat de ondernemer een onevenredig groot rentenadeel ondervond van de door de inspecteur gehanteerde methode.
Doordat de berekening van de heffingsrente sinds 1 januari 2010 is gewijzigd, is dit met ingang van het belastingjaar 2010 geen issue meer.


