Buyk & Partners

Buyk

Nieuws

07 meiNieuws over onzakelijke leningen

07 meiNieuwe factureringsregels

Klik hier voor het nieuwsarchief

Gevolgen lage rentestand voor wettelijke waardeoverdrachten

14.01.2011

Als een werknemer gebruik maakt van het recht om bij wisseling van dienstverband waardeoverdracht te plegen, dan worden bij de bepaling van de hoogte  van de over te dragen waarde de wettelijk voorgeschreven grondslagen gehanteerd. Eén van deze grondslagen is de rente. Deze rente wordt per 30 september van enig jaar vastgesteld voor de waardeoverdrachten van het jaar daarna. De afgelopen twee jaar is deze rente hoger geweest dan de 3% vaste rekenrente die verzekeraars in het algemeen hanteren. In 2009 bedroeg de wettelijke rente  4,533% en in 2010 4,122%. Gevolg van dit verschil in rente kon zijn dat een werkgever een fikse rekening moest betalen die verband hield met een waardeoverdracht van een nieuw in dienst getreden werknemer. Voor de oude werkgever was het tegengestelde het geval.

 

In  2011 is de situatie anders. De rente is nu namelijk vastgesteld op 2,984% en ligt dus onder de rekenrente van 3%.  Logischerwijs zou dan de nieuwe werkgever nu geen extra koopsom hoeven te betalen maar iets terugkrijgen terwijl de  oude werkgever  wel een extra koopsom zou moeten betalen. Dit laatste klopt inderdaad, maar met betrekking tot de nieuwe werkgever is art. 19 van de Regeling Pensioenwet van belang. Daarin wordt namelijk aangegeven dat de totale overdrachtswaarde moet worden aangewend voor de inkoop van extra aanspraken. De nieuwe werkgever heeft dus geen last meer van extra koopsommen, maar houdt er ook niets aan over.

 

Even los van de kosten die voor een werkgever gemoeid zijn met waardeoverdracht: het is voor een werknemer lang niet altijd zinvol om een waardeoverdracht te laten uitvoeren als hij of zij van baan wisselt. Laat daarom altijd een adviseur deze trajecten begeleiden.

 

Wilt u hierover meer weten, neem dan contact op met Hardeman Pensioenadvies en -communicatie.

Postvak Cliënten