Buyk & Partners

Nieuw beleid voor heffingsrente
13.05.2011
Het tijdvak voor de berekening van heffingsrente begint niet meer op de eerste dag na het midden van het tijdvak waarop de belasting betrekking heeft, maar op de eerste dag na afloop daarvan. Dat heeft de staatssecretaris vastgelegd in een besluit, waarbij hij aansloot bij een arrest van de Hoge Raad.
De fiscus zal zo snel mogelijk, in elk geval binnen drie maanden na het verzoek om een voorlopige aanslag, voldoen aan dat verzoek. Lukt dat niet, dan is over de extra tijd geen heffingsrente verschuldigd.
Een voorbeeld. Stel, u vraagt op 1 maart 2011 een voorlopige aanslag over 2010. De aanslag wordt pas opgelegd op 1 oktober 2011. Dan kan er heffingsrente worden berekend over de periode 1 januari 2011 tot 1 juni 2011. De redenering is als volgt: 1 januari is de eerste dag na afloop van het tijdvak waarop de belasting betrekking heeft. Vanaf dat moment gaat de teller voor de heffingsrente lopen. Op 1 maart wordt het verzoek voor een voorlopige aanslag ingediend. Dan loopt de teller nog drie maanden door, tot 1 juni. Hoe lang het daarna nog duurt voor de voorlopige aanslag arriveert, heeft geen invloed meer op de heffingsrente.


