Buyk & Partners

Vergoeding voor vrijwilligers
05.07.2011
Vrijwilligers kunnen een onbelaste vergoeding krijgen. Criterium is dat ze werken voor organisaties zonder winstoogmerk of voor (sport)verenigingen of –stichtingen die geen aangifte vennootschapsbelasting doen. Ook mogen ze niet in dienst zijn bij de organisatie waarvoor ze vrijwilligerswerk doen en mag dit werk niet hun beroep zijn.
De vergoeding moet ook het karakter hebben van een vrijwilligersvergoeding. Dat wil zeggen dat de vergoeding niet in verhouding mag staan tot de hoeveelheid werk en de tijdsinvestering.
Als de vergoeding binnen bepaalde grenzen blijft, is er geen belasting verschuldigd. Mits:
- de vergoedingen worden betaald voor werkelijk gemaakte kosten, met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar;
- vrijwilligers van 23 jaar of ouder mogen niet meer vergoed krijgen dan € 4,50 per uur, met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. Deze maxima gelden voor de totale vergoeding, inclusief een eventuele vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten;
- vrijwilligers onder 23 jaar mogen niet meer vergoed krijgen dan € 2,50 per uur, met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. Deze maxima gelden voor de totale vergoeding, inclusief een eventuele vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten.
Als een organisatie meer betaalt dan de bovengenoemde bedragen, en als het aannemelijk is dat deze (hogere) vergoedingen niet marktconform zijn, dan kan de fiscus alsnog beslissen dat het een onbelaste vergoeding betreft.
Mensen met een bijstandsuitkering mogen maximaal € 95 per maand ontvangen, met een maximum van € 764 per jaar, zonder korting op hun uitkering. Wanneer het vrijwilligerswerk het vinden van een baan bevordert, kunnen gemeenten besluiten dat de bijstandsgerechtigde bovengenoemde hogere onkostenvergoeding van € 150 per maand (of € 1.500 per jaar) mag ontvangen.


