Buyk & Partners

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit geldt niet bij vermogensbeheer
15.09.2011
De Successiewet bevat een regeling die fiscale belemmeringen bij bedrijfsopvolging moet voorkomen. Bedrijven zouden anders niet voortgezet kunnen worden vanwege de verschuldigde erf- of schenkingsbelasting. Deze belasting wordt kwijtgescholden voor 83% van de waarde van de verkregen aandelen of van de onderneming. Voor zover de waarde van de onderneming minder is dan € 1.006.000, is de vrijstelling zelfs 100%.
De vennootschap moet wel een onderneming drijven. De faciliteit geldt dus niet bij een geldzak-bv. Het idee daarachter is dat dat ook niet nodig is, omdat belasting betalen in zo’n geval geen problemen oplevert voor de continuïteit van het bedrijf. Er kunnen dan immers ‘eenvoudig’ vermogensbestanddelen worden verkocht om de belasting te betalen. (Waarbij gemakshalve voorbij wordt gegaan aan het feit dat panden op dit moment helemaal niet zo ‘eenvoudig’ te verkopen zijn.)
Bij de Rechtbank Haarlem diende onlangs een zaak waarin de vraag centraal stond of vastgoedactiviteiten van een bv in aanmerking kwamen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Het ging om een bv die panden kocht en daarna verkocht of verhuurde. De dga van de bv werkte nauw samen met zijn zoon, die een makelaarsbedrijf had. De makelaardij van de zoon inde de huur, en de bv van de vader onderhield de panden. Na het overlijden van de vader erfden de zoon en zijn zus de aandelen van de bv. De zoon deed een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit maar de inspecteur stelde dat de activiteiten van de bv beschouwd moesten worden als vermogensbeheer en dat de bv geen onderneming dreef met de vastgoedactiviteiten. De rechtbank was het daarmee eens en oordeelde dat de faciliteit terecht was geweigerd.


